Uitgelicht
Els, 60 jaar
·
94
· Ik heb zelf CF
Geplaatst in thema's: Werk, Verlies & rouw

“Hij zorgde dat ik er toch op uit moest!”

Inmiddels is het zo’n 15 jaar geleden dat ik stopte met werken. Ik had een leuke, drukke baan bij de Politieacademie, ik had het daar enorm naar mijn zin met de collega’s en het werk zelf. Ik was werkzaam als senior selectie adviseur, mijn werkzaamheden waren zowel uitvoerend als leidinggevend. Het selectiecentrum verhuisde van mijn woonplaats Den Haag naar Amsterdam. Hierdoor kreeg ik de laatste drie jaren dat ik werkte, bovenop mijn 32-urige werkweek, veel extra reistijd. Ik had ook vaak vergaderingen in Apeldoorn, kortom, het waren lange dagen en zware weken.

Het kwakkelen begon, ik was moe, moe, en nog eens moe. Ik had veel infuuskuren na elkaar, en als ik dan weer was opgeknapt en weer aan het werk ging, was het na een paar weken weer raak. Een sociaal leven had ik haast niet meer omdat ik eigenlijk altijd in mijn vrije tijd aan het bijslapen was. Het meest angstaanjagende was, dat ik in twee jaar tijd van ruim 80% fev 1 (longfunctie) naar een waarde van rond de 50% zakte. Dit kon zo niet langer!

De bedrijfsarts stelde voor om minder te gaan werken; 3 dagen van 5 uur, en dan verdeeld over de week dus steeds een rustdag er tussen in. Ook mijn werktijden werden aangepast; na de file vertrekken van huis en voor de file weer terug. Ik had het geluk dat mijn werkgever heel flexibel was en mij graag wilde steunen. Maar helaas, het hielp niet, en samen met mijn longarts besloot ik het traject van afkeuren in te zetten. Ik vond dit heel spannend en stressvol, maar het verliep soepel, er waren geen moeilijke gesprekken en ik had een begripvolle keuringsarts bij het UWV. Heel verdrietig was ik, 45 jaar oud en dan zit je thuis. Je voelt je al niet fit en je hebt geen idee hoe nu verder.
Er waren veel dingen waar ik het moeilijk mee had buiten het medische gedoe van sprayen, rusten, sporten, infuuskuren etc. Die zaken was ik immers wel gewend. Nee, het probleem zat hem meer op het sociale vlak. Mijn eigenwaarde had een enorme deuk opgelopen. Wat zeg je als mensen vragen “wat doe jij?”. Vrienden weten het wel, maar juist die korte contacten op feestjes, of op een cursus vond ik moeilijk en confronterend. Steeds van A tot Z uitleggen wat ik heb, en hoe ik ervoor sta, dat wilde ik niet. Ik voelde me daar heel erg ongemakkelijk bij. Ik had er dan ook helemaal geen zin in om onder de mensen te komen. Ik werd al verdrietig van het idee als ik iemand zou moeten vertellen dat ik niet meer werkte.
Ook lastig vond ik het om leuke dingen te gaan doen, bijvoorbeeld naar mijn paardje gaan. Want wat zouden mensen wel niet denken? ‘Dat kan ze wel, maar werken niet!’. Maar wat men dan weer niet zag, en waar men ook niet naar vroeg, was dat ik ‘s middags een paar uur lag te slapen. Om uit te rusten van een activiteit die zij naast hun drukke baan er even bij doen.

Gelukkig heb ik een lieve man die mij altijd steunt, die zorgzaam is en begrijpt hoe moeilijk ik het vond in deze jaren. Ook de directe vrienden en vriendinnen leefden met me mee, dat heeft me wel altijd geholpen. Bij hen hoefde ik me niet groot te houden en heb ik vaak mijn frustratie kunnen spuien.
Ik kreeg al snel een hondje, Cash. Hij zorgde dat ik er toch op uit moest; iedere dag een paar wandelingetjes doen en op hondencursus. Cash ontpopte zich als mijn maatje, fysiotherapeut én psycholoog!
Op de hondenschool ontmoette ik een vrouw die vanwege een andere oorzaak in het zelfde schuitje zat. Zij was ook nog niet zolang afgekeurd en had dezelfde ‘struggles’ als ik. Wat een herkenning gaf dit en wat hebben we samen veel gekletst over onze situatie! Samen wandelen, samen hondencursussen volgen, en samen op de zondagochtend de koffie op de club verzorgen. Later bleek dat we allebei van handwerken houden en tot op de dag van vandaag is zij is een van mijn beste vriendinnen. Het delen van lief en leed is een groot onderdeel van onze vriendschap.

Langzaam aan kwam mijn energie weer wat terug en stabiliseerde ik. Met de jaren werd ik ook handiger in gesprekken met anderen. Ik spreek dan over mijn hobby’s in plaats van over het niet hebben van werk. En alleen als mensen werkelijk geïnteresseerd zijn in mij en ik heb er zin in, dan vertel ik meer over mijn CF! Nog steeds kan ik soms met mijn mond vol tanden staan, maar tegenwoordig weet ik me redelijk snel te herpakken. Het is een heel proces geweest dat een aantal jaren heeft geduurd, ik heb echt moeten leren om met deze situatie om te gaan.

Els, 60 jaar
Ik ben Els, 59 jaar en ik heb CF. Ik woon samen met mijn man en onze hond in een fijn huis in Den Haag. Mijn hobby's zijn het maken van (wand)kleden, breien en haken.

Gerelateerd aan

·
138
Annemieke, 34 jaar
·
32
Stan, 38 jaar
·
41
Stan, 41 jaar

Wil jij ook anderen helpen met jouw verhaal?

Deel jouw verhaal
HomeErvaringsverhalenSteunpilaren